Twee platte daken die in hetzelfde jaar zijn gelegd, kunnen heel verschillend verouderen. Het ene houdt vijfentwintig jaar, het andere lekt na vijf. Het verschil zit bijna nooit in het merk van de membraan.
Het aantal lagen
Een tweelaagse waterdichting — een onderlaag en daarna een afwerkingsmembraan, met verspringende naden — vergeeft plaatselijke gebreken. Een snel gelegde eenlaagse vergeeft niets: het kleinste lasfoutje wordt meteen een insijpelingspunt. Wat je bij de plaatsing bespaart, betaal je bij de eerste strenge winter.
De opstanden
Een plat dak lekt bijna nooit in het midden. Het lekt aan de randen, daar waar de membraan tegen een muur, een dakrand of een dorpel moet opgaan. Een opstand die te kort is, slecht bevestigd of bovenaan niet beschermd, laat na verloop van tijd los. Dat is het eerste punt om na te kijken, zowel op een offerte als op de werf.
De helling en de tapbuis
Een ‘plat dak’ is nooit helemaal plat: er moet een helling zijn, hoe klein ook, naar de afvoer toe. Een restplas na de regen kan; permanent stilstaand water wijst op een slecht opgenomen helling of een verkeerd geplaatste tapbuis. Stilstaand water versnelt de veroudering van de membraan en put ze op den duur uit.
Er moet ook een overloop zijn. Die voorkomt dat het binnen overstroomt wanneer de tapbuis verstopt raakt — en een tapbuis raakt ooit altijd verstopt.
Wat eronder zit
Een nieuwe membraan leggen op isolatie die vol water zit, komt neer op het probleem inpakken. Een sondering vooraf — enkele boorkernen — kost weinig en voorkomt dat je dezelfde werf twee keer doet. Is de isolatie nat, dan wordt ze vervangen; dat verandert de offerte, maar vooral de levensduur.
Het minimale onderhoud
- Twee keer per jaar de bladeren weghalen en de tapbuis controleren.
- De opstanden en de loodslabben controleren na een winderige winter.
- Nooit een zware puntlast plaatsen zonder bescherming.
- Laat het geheel om de vijf jaar nakijken.



